Medische Psychologie

Onderwerpen

PLENAIR

Ethiek tijdens de uitoefening van het vak van (medisch) psycholoog

Dr. Tom van der Schoot, Klinisch Psycholoog - Directeur Behandelzaken - Tuchtrechter Regionaal Tuchtcollege Den Haag
Voormalig Senior Inspecteur voor de Gezondheidszorg. IGZ Hoofdinspectie, Ministerie VWS, Den Haag

Wanneer mag je het beroepsgeheim doorbreken? Mag ik een patiënt gedwongen behandelen? Hoe ziet het kompas van de psycholoog eruit waarmee dit soort vragen kunnen worden beantwoord en waarmee de veel voorkomende ethische dilemma’s kunnen worden benaderd? Welke handvatten hebben we om deze dilemma’s in de praktijk te herkennen en wat is na analyse het beste besluit dat kan worden genomen?

Tijdens deze lezing zal de theorie praktijk van ethiek in de praktijk van de (medisch) psycholoog worden besproken. Daarbij zullen een aantal van de voor medisch psycholoog specifieke dilemma’s de revue passeren.

Leerdoelen:
- Na de lezing is de toehoorder bekend met de belangrijkste begrippen uit de medische ethiek. 
- Na lezing is de toehoorder bekend met het kompas cq. de toolkit die deze ter beschikking heeft om een antwoord te vinden op
  een scala aan medisch ethische dilemma’s.

 

Patiënt Comfort & Communicatie: woorden als pijnstilling

Drs. Yvette Krol, Klinisch Psycholoog en Trainer Patiënt Comfort & Communicatie
Drs. Evelyn Schotborg, Klinisch Psycholoog en Trainer Patiënt Comfort & Communicatie
Deventer Ziekenhuis

In het ziekenhuis worden talrijke medische ingrepen en interventies uitgevoerd. Voor de meerderheid van patiënten zijn dit stressvolle gebeurtenissen die gepaard gaan met spanning en angst. Onderzoek en klinische ervaring heeft uitgewezen dat angst en pijn bij patiënten afneemt wanneer zorgverleners goed afstemmen op de patiënt en effectief communiceren. Patiënt Comfort & Communicatie technieken zijn hierbij bruikbaar. In het Deventer Ziekenhuis wordt deze training ziekenhuisbreed gegeven, met als doel al het personeel dat met patiënten werkt te scholen, zodat iedereen dezelfde taal spreekt richting de patiënt. Er zijn inmiddels rond de 750 medewerkers getraind.

Tijdens de plenaire lezing geven wij een overzicht van de inhoud van de belangrijkste elementen uit de training en de wetenschappelijke onderbouwing hiervan, gelardeerd met praktijkvoorbeelden uit het Deventer Ziekenhuis.

 

WORKSHOPS

 
Werking wettelijk tuchtrecht

Dr. Tom van der Schoot, Klinisch Psycholoog - Directeur Behandelzaken - Tuchtrechter Regionaal Tuchtcollege Den Haag 
Voormalig Senior Inspecteur voor de Gezondheidszorg. IGZ Hoofdinspectie, Ministerie VWS, Den Haag.

Tijdens deze workshop zal worden ingegaan op de werking en reikwijdte van het wettelijk tuchtrecht. Veel voorkomende klachten jegens psychologen die binnen tuchtcolleges worden behandeld zullen de revue passeren. Daarbij bestaat een mogelijkheid ook eigen casuïstiek in te brengen.
Er zal tot slot aandacht worden besteed aan de discussie die momenteel gaande is over de vraag of het tuchtrecht voldoende ruimte laat voor een lerende attitude.

Leerdoelen:
- Na de workshop is de deelnemer bekend met de werking en reikwijdte van het wettelijk tuchtrecht.
- Na de workshop is de deelnemer bekend met de meest voorkomende klachten die bij het Regionaal en Centraal Tuchtcollege
  voor de Gezondheidszorg wordt ingediend.

 

Diversiteit in de gezondheidszorg: culturele context en analfabetism

Drs. Miriam Goudsmit, Klinisch Psycholoog 
Drs. Wytske Kijlstra, Klinisch Neuropsycholoog
OLVG Amsterdam, unit Psychiatrie en Medische Psychologie

Iedereen die wel eens een (neuro)psychologische test heeft afgenomen, weet dat de uitkomst daarvan door veel factoren wordt beïnvloed. Zit de patiënt in een rustige kamer?Snapt hij het doel van de test? Heeft hij zijn leesbril meegenomen? Kan hij eigenlijk (goed genoeg) lezen? Beheerst hij het Nederlands wel voldoende?

Veel patiënten vinden hun psycholoog maar vreemd. Waarom stelt die psycholoog eigenlijk allemaal vragen waar zij overduidelijk zelf het antwoord op weet? De patiënten hebben gelijk: de meeste psychologen zijn "WEIRD". Ze zijn afkomstig uit Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic countries (Henrich et al. 2010). Het idee om door middel van een test te bepalen hoe het met het cognitief, emotioneel en sociaal functioneren gesteld is, is ook heel 'Westers'. En de normgegevens van diezelfde test bestaan voor 80% uit prestaties van psychologiestudenten! Biologische, cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling verloopt niet in een vacuüm, maar in een bepaalde sociale en culturele omgeving. Deze omgeving heeft weer invloed op de biologie: de hersenen van een analfabeet ontwikkelen zich (een beetje) anders dan die van geletterden.

Het is van belang om de culturele context mee te wegen in de gezondheidszorg en bij uitstek bij het uitvoeren en interpreteren van (neuro)psychologisch testonderzoek. In deze workshop staan we stil bij de invloed van cultuur op ons vak en meer specifiek op praktische manieren om het (neuro)psychologisch testonderzoek aan te passen aan de specifieke patiënt die in onze spreekkamer komt. Speciale aandacht is er voor analfabetisme en laaggeletterdheid.

Leerdoelen:
- De deelnemers weten op welke manier zij rekening kunnen houden met de culturele context bij het inrichten en interpreteren
  van een (neuro)psychologisch onderzoek.
- De deelnemers hebben kennis over tools en vaardigheden in het omgaan met analfabete patiënten.
- De deelnemers zijn zich bewust van hun eigen attitudes in de omgang met patiënten uit andere (sub)culturen.

 

Patiënt Comfort & Communicatie: praktische toepassingen

Drs. Yvette Krol, Klinisch Psycholoog en Trainer Patiënt Comfort & Communicatie
Drs. Evelyn Schotborg, Klinisch Psycholoog en Trainer Patiënt Comfort & Communicatie
Deventer Ziekenhuis

In de workshop gaan wij dieper in op technieken uit de Patiënt Comfort & Communicatie training, en gaat u hier direct ook praktisch mee aan de slag.

Na het volgen van de workshop:
- Weet u nog beter hoe u een goede werkrelatie met uw patiënt (en ouders) tot stand kunt brengen, en hoe u ook uw
  lichaamshouding hierbij in kunt zetten.
- Kunt u patiënten een versterkt gevoel van controle en vertrouwen geven.
- Kent u het belang en de noodzaak van het kiezen van de juiste woorden in het gesprek met patiënten en hun ouders, en weet
  u dat u hiermee ook daadwerkelijk invloed kunt hebben op de mate van angst- en pijnbeleving van patiënten.

 

Psychosociale zorg voor Parkinson: de hoogste tijd!

Dr. Annelien Duits, Klinisch Neuropsycholoog
Anne Mulders MSc, GZ-Psycholoog i.o
MUMC+, Maastricht

In deze workshop willen we ingaan op de psychosociale zorgbehoeften van patiënten en hun naasten enerzijds en het psychosociale zorgaanbod anderzijds. Hoe krijgen we de psychosociale zorg voor patiënten met de ziekte van Parkinson beter op de kaart? Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen in het psychosociale zorgaanbod, o.a. cognitieve gedragstherapie (CGT) voor angst/stemmingsklachten, online zelfmanagement training voor partners en/of kinderen van patiënten met de ziekte van Parkinson (Parkinson Partner in Balans) en psychosociale nazorg voor patiënten en partners/kinderen na DBS? Hoe kun je in de begeleiding van patiënten het beste rekening houden met de niet motorische ( vooral mentale) veranderingen, zodat patiënten zo optimaal mogelijk kunnen van gangbare psychologische behandelingen? In deze interactieve sessie nemen Anne Mulders en Annelien Duits u mee in de ontwikkelingen van de psychosociale zorg voor mensen die leven met de ziekte van Parkinson en hun naasten.

Leerdoelen: 
-Inzicht krijgen in psychosociale impact van de ziekte van Parkinson voor de patiënt, de partner en kinderen.
-Inzicht krijgen in knelpunten rondom vraag en aanbod van psychosociale zorg voor de ziekte van Parkinson.
-Inzicht krijgen in de psychologische en cognitieve veranderingen die kunnen optreden bij de ziekte van Parkinson en de wijze
  waarop hier rekening mee gehouden kan worden in de psychologische begeleiding van patiënten.
-Kennis opdoen van potentieel psychosociaal zorgaanbod i.h.b. CGT, Parkinson Partner in Balans en Beter in Balans na DBS.

 

De hoogste tijd……en wat vraagt dat van ons psychologen

Drs. Resie Bessems, vrijgevestigd Klinisch Psycholoog

In het continue veranderende veld van de de (geestelijke) gezondheidszorg van de afgelopen jaren wordt van klinisch psychologen en gz-psychologen verwacht om koers te houden op alle gebieden van het werkveld (diagnostiek, behandeling, beleid en de wetenschappelijk onderbouwing van deze gebieden). Dat vraagt naast koersvastheid, om leiderschap, om positionering en verantwoordelijkheid durven nemen. Deze workshop biedt op interactieve en prikkelende wijze een visie op het steeds veranderende werkveld en wat dat van klinisch psychologen en gz-psychologen vraagt aan attitude, verandering en beïnvloeding. Dit wordt onder andere vanuit het levensloopperspectief, de mogelijkheden van perspectiefwisseling en vanuit het perspectief van veelzijdig samenwerken benaderd.

Leerdoelen:
- Aan het eind van de workshop kan elke deelnemer 2 dingen noemen die nodig zijn om zichzelf beter te positioneren in het
  veld van de medische psychologie.
- Aan het eind van de workshop heeft elke deelnemer een voorstel geformuleerd voor een eerste kleine stap in verdergaand
  positioneren.

 

In het moment: Mindfulness Based Cognitieve Therapie in de medische psychologie

Drs. Anette Pet, Adjunct-directeur Zorg,  Klinisch Psycholoog - Psychotherapeut, Cognitief Gedragstherapeut, Supervisor
Dr. Marije van der Lee, Hoofd Wetenschappelijk onderzoek en GZ-psycholoog en Cognitief Gedragstherapeut
Helen Dowling Instituut

Waarom werkt Mindfulness Based Coginitieve Therapie (MBCT) zo goed bij het omgaan met gevolgen van ernstige somatische ziekten zoals ernstige vermoeidheid? MBCT helpt mensen anders om te gaan met vaak reële angst en soms blijvende beperkingen. Ook is MBCT bewezen effectief bij ernstige distress en chronische vermoeidheid, ook wanneer het wordt gegeven via een internet-based programma, begeleid door een therapeut. MBCT is daarom goed inzetbaar bij diverse DSM 5 stoornissen en bij uitstek geschikt om transdiagnostisch te werken.

Door het volgen van deze workshop kom je (bijna) alles te weten over de werkzaamheid van MBCT in de medische setting, de beste timing daarvoor, de rol van de werkalliantie, de wetenschappelijke onderbouwing daarvan en de inzet van MBCT in je dagelijkse praktijk. Ook wordt kort stil gestaan bij wat MBCT te bieden heeft voor patiënten met psychiatrische comorbiditeit en persoonlijkheidsstoornissen.  Dit kan natuurlijk allemaal niet aan de orde komen zonder ook zelf als deelnemer een paar korte mindfulness-oefeningen te doen en te ervaren. 

Leerdoelen:
Na deze workshop weet je voor wie deze interventie waarschijnlijk wel en niet geschikt is. Kan je patiënten goed voorlichten en daarmee een goede indicatie stellen. En als je al een MBCT opleiding gedaan hebt, weet je nog beter hoe deze interventie in de medische psychologie werkt en wanneer je deze wel en niet kunt inzetten.

 

In het licht van de dood - palliatieve zorg

Drs. Gerwin Witvoet, GZ-Psycholoog
UMCG, Groningen

De mate waarin psychologen een bijdrage leveren aan palliatieve trajecten verschilt per ziekenhuis en regio enorm. Enerzijds worden soms vraagtekens geplaatst of een psycholoog binnen een palliatief traject een plaats heeft als er moeilijk concrete therapeutische doelen gesteld kunnen worden. Anderzijds bezit juist een psycholoog de gespreksvaardigheden om gevoelens en gedachten rondom het stervensproces bespreekbaar te maken. Ook kan een psycholoog zaken bespreekbaar maken die, vanuit het emotioneel elkaar beschermen, juist niet besproken worden.

Belangrijk hierin is om aan te sluiten bij het gezinssysteem en de heersende waarden en normen binnen gezin en familie. Dat is altijd van belang bij een therapeutische relatie, maar binnen een proces van sterven kan niet teruggevallen worden op behandelprotocollen en therapievormen die evidence based het best ‘passen’. Wat passend is en in welke vorm kan alleen maar in samenspraak met het kind en de familie. Dat verlangt van de therapeut een bewustzijn over de eigen waarden en normen en het herkennen van processen van projectie en oordeelsvorming bij zichzelf.

Naast deze professionele attitude wordt ook nog eens een beroep gedaan op de persoonlijke copingsvaardigheden van de therapeut, omdat er per definitie een parallel proces ontstaat van afscheid nemen en er ook sprake kan zijn van een verlieservaring bij de therapeut. Weten waar voldoening gehaald wordt, waar eigen grenzen liggen en een actieve coping zijn daarom van essentieel belang om binnen een palliatief traject te kunnen werken en professioneel hulpverlener te blijven. Constant spelen daar interacties met eigen grenzen, grenzen van de patiënt en grenzen van wat het systeem aan kan en wil hanteren. Bovendien zijn die grenzen bij zulke ingrijpende processen niet statisch maar dynamisch.

In deze workshop illustreren we vanuit de historie de kijk op palliatieve zorg en stervensprocessen om deze vorm van zorg te kunnen bekijken vanuit verschillende perspectieven. Daarbij wordt telkens de relatie gelegd met de professionele vaardigheden die ondersteunend kunnen zijn in dit proces. Distantie en betrokkenheid bespreken we aan de hand van casuïstiek, waarbij we aandacht hebben voor de bijzondere aspecten van palliatieve zorg en de tevens ‘normale’ zorgaspecten die ook in een palliatief traject blijven spelen.

 

 

Variaties in ontwikkeling van geslacht en gender

Drs. Maaike van Kuyk, Klinisch Psycholoog
Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht

Dr. Chris Verhaak, Klinisch Psycholoog
Radboud UMC en Amalia Kinderziekenhuis, Nijmegen

Wat is een man, wat is een vrouw. Dat lijkt voor de hand te liggen. Echter, jaarlijks worden er 1000 kinderen geboren met een variatie in de ontwikkeling van hun geslacht, ofwel Differences in Sexual Development. Deze kinderen ontwikkelen zich niet volgens de standaard binaire verdeling tussen mannen en vrouwen. Het kan gaan om een afwijkend chromosomen patroon, bijvoorbeeld een XXY (syndroom van Klinefelter) of X0 (Turner syndroom), een discrepantie tussen chromosomenpatroon en lichamelijke kenmerken (androgeen ongevoeligheidssyndroom AOS ofwel vrouwen met een XY chromosomen patroon), of om afwijkende vormen van het geslachtsorgaan zoals ontbreken van vagina (MRKS syndroom) of kleine penis (hypospadie), of om stoornissen in de synthese of receptoren van geslachtshormonen zoals AGS, androgenitaal syndroom. DSD wordt in ongeveer de helft van de gevallen al rond de geboorte gediagnosticeerd. De andere helft volgt door uitblijven puberteit, of zelfs in volwassenheid bijvoorbeeld bij diagnostiek bij vruchtbaarheidsproblemen.

De behandeling van deze mensen is multidisciplinair. Medische behandeling bestaat meestal uit endocrinologische en/of chirurgisch ingrijpen.

De laatste tijd is er steeds meer terughoudendheid over chirurgische behandeling, zeker bij kinderen die nog te jong zijn om zelf mee te beslissen over wenselijkheid van de operatie. Ook zijn er veranderingen in benadering van DSD. Waar een tiental jaren geleden de standaard benadering was om terughoudend te zijn over openheid ten aanzien van de DSD conditie, de laatste jaren wordt steeds meer openheid gestimuleerd. Dit is zeker bij jonge kinderen niet altijd vanzelfsprekend omdat ook hierbij het kind zelf nog niet in staat is mee te beslissen over hoe en met wie er over zijn of haar conditie wordt gesproken.

Deze veranderingen stellen uitdagingen aan de psychologische behandeling voor kinderen en volwassenen met DSD: wat maakt chirurgisch ingrijpen op jonge leeftijd verantwoord, welke rol spelen wensen en overtuigingen van ouders in besluitvorming rond behandeling, in hoeverre is het wenselijk kinderen tot jongen dan wel meisje op te voeden of bestaat er ook een midden weg? Deze vragen hebben ook een ethisch karakter. In de workshop wordt uitvoerig ingegaan op de medische en psychologische achtergrond van DSD, en ook op de maatschappelijke discussie rond al dan niet behandelen. Ook wordt de vergelijking getrokken met genderdysforie. Welke vergelijkbare vragen spelen bij de vraag van kinderen en volwassenen waarbij weliswaar geen variatie is in de ontwikkeling van hun geslacht, maar wel van hun gender?

Leerdoelen:
-Overzicht van verschillende vormen van variaties van geslacht en gender.
-Overzicht van gangbare behandelingen en psychologische en ethische vragen

Discussie aan de hand van casuistiek:
Operatief ingrijpen bij afwijkend geslacht? Casus van onduidelijk geslacht bij geboorte
Openheid over diagnose tegen wil van ouders in? Casus van diagnose in puberteit en voorlichting naar kind
Behandeling voor genderdysforie bij kind met psychiatrische aandoening? Casus van vraag naar cross hormoon behandeling bij meisje met ASS