Onderwerpen

PLENAIR

Plenaire openingssessie "Expectations matter:  Hoe we het placebo effecten optimaal kunnen inzetten in de klinische praktijk"

Andrea Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie / klinisch psycholoog BIG, hoofd afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

Van veel reguliere behandelingen weten we niet wat de werkzame ingrediënten zijn. Zo kan het effect van een placebopil even groot zijn als bijvoorbeeld een antidepressivum of een pijnstiller. De effecten van veel behandelingen in de gezondheidszorg worden dan ook voor een deel verklaard door andere factoren dan het middel of de behandeling zelf. Voorbeelden voor deze factoren zijn het vertrouwen dat de behandelaar uitstraalt, de verwachting die iemand ten aanzien van een behandeling heeft en eerdere ervaringen die iemand heeft met behandelingen. Al deze factoren kunnen invloed hebben op behandeluitkomsten. Met deze bevindingen wordt in de reguliere gezondheidszorg echter nog nauwelijks rekening gehouden. Dit terwijl we met behulp van deze kennis de behandelingen zouden kunnen optimaliseren en tegelijkertijd mogelijke nadelige gevolgen van behandelingen (zoals risico’s of bijwerkingen) zouden kunnen verminderen. Mensen vragen ook in toenemende mate om een actieve deelname in de beslissingen over hun behandelingen en willen hier zo veel mogelijk zelf aan bijdragen. Ook hier wordt momenteel nog nauwelijks gebruik van gemaakt, terwijl de zorgkosten en de zorgvraag toenemen. In deze lezing zal de rol van deze factoren voor gezondheid en ziekte, zoals die bij het placebo effect een rol spelen, worden behandeld. Hierbij zal ook vooral aandacht worden besteed aan de mogelijkheid om via psychologische processen direct lichamelijke processen, zoals het immuunsysteem, te beïnvloeden. Tevens wordt een inkijk gegeven welke innovatieve behandelingen hiervoor momenteel ontwikkeld worden. Hiermee kan deze kennis worden vertaald naar toepassingen voor de reguliere gezondheidszorg.

Leerdoelen:
- Inzicht in de werking van placebo en nocebo effecten voor de klinische praktijk.
- Begrijpen van de psychologische en neurobiologische mechanismen van placebo en nocebo effecten.
- Leren van therapeutische technieken hoe het placebo en effect optimaal in de praktijk ingezet kan worden en nocebo effecten
  voorkomen kunnen worden.

Plenaire sessie: Toolkit voor intervisie met interventies voor (medische) professionals

Marike Lub-Moss, klinisch psycholoog / psychotherapeut
Geke Blok, manager leerhuis / hoofd medische opleidingen en wetenschap

Bij de opleiding van artsen, verpleegkundigen en andere medische professionals wordt gebruik gemaakt van het competentiegericht onderwijs. Onderzoek en de klinische praktijk wijzen uit dat intervisie waardevol is om zaken uit te wisselen en te delen met collega's om de kwaliteit van het werk op inhoudelijk en persoonlijk vlak te verbeteren.

Intervisie blijkt extra waardevol in combinatie met interventies en achtergrondinformatie vanuit de psychologie. Vanuit deze achtergrond is de Toolkit ontwikkeld waar een begeleider/ psycholoog gebruik van kan maken. De Toolkit bestaat uit 8 modules met als onderwerpen: Samenwerken; Organisatie van het werk Communicatie; Professioneel gedrag; Maatschappelijk handelen; Omgaan met de angst voor en gevolgen van (eigen) medische fouten en klachten; Moeilijke patiënten/lastige gesprekken; Omgaan met lijden en overlijden. In een plenaire sessie zullen achtergronden en onderzoeksresultaten van intervisie belicht worden en de bruikbare interventies vanuit de psychologie en communicatietheorie toegelicht worden.

De onderwerpen van de modules kunnen op twee manieren tijdens intervisiebijeenkomsten aan de orde komen:
- Naar aanleiding van vragen/casuïstiek van de arts-assistenten.
- Vanuit het verplichte competentiegerichte onderwijsprogramma.

De deelnemers hebben toegang tot een portal met informatie en een self-assesment tool voor eigen gebruik en wat ingezet kan worden bij voortgangsgesprekken. De Toolkit kan gebruikt worden voor diverse disciplines in de gezondheidszorg.

Leerdoel: 
Inzicht krijgen in achtergronden van professioneel gedrag, groepsprocessen en het werken met competentiegericht opleiden.


Plenaire afsluitende sessie “Ehealth in de medisch psychologische praktijk: wie wordt er beter van?”

Andrea Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie / klinisch psycholoog BIG, hoofd afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

eHealth toepassingen zijn in de gezondheidszorg sterk in opkomst voor patiënten met somatische aandoeningen. Dit betreft tools voor de screening en diagnostische tests met vragenlijsten met risicoprofielen via patiëntprofielen voor zorg op maat. Tevens zijn er in toenemende mate applicaties voor behandelingen ontwikkeld voor patiënteducatie, zelfmanagement of cognitieve gedragstherapie voor een breed scala van somatische aandoeningen. Hierbij wordt ook meer en meer gebruik gemaakt van combinaties van online behandelingen met serious gaming, virtual reality en mobiele applicaties. In de lezing zal aandacht worden besteed aan de (kosten)effectiviteit van deze toepassingen, werkzame factoren, internetspecifieke belemmerende en bevorderende factoren, en de rol van persoonlijke begeleiding of personalized healthcare. De bredere context en het toekomstperspectief van eHealth voor de medische psychologie, zoals de implementatie van deze behandelingen in de reguliere zorg en de inzet van nieuwe technologie, worden tevens nader besproken.

Leerdoelen:
- Overzicht in de werking van eHealth methoden in de medisch psychologische praktijk.
- Begrijpen welke eHealth toepassingen wel of niet effectief zijn voor welke patientgroepen.
- Inzicht in eHealth technieken binnen een medisch psychologische behandeling voor mensen met chronische somatische
  aandoeningen.

 

WORKSHOPS

Blended cognitieve gedragstherapie voor patiënten met kanker

Judith Prinshoogleraar medische psychologie, psychosociale oncologie

Blended therapie maakt gebruik van zowel online als offline therapieonderdelen. Een deel van de behandeling wordt gegeven in het traditionele face-to-face format terwijl enkele sessies vervangen worden door e-consultaties (‘chat’). Daarnaast hebben patiënten tijdens de behandeling toegang tot een online omgeving waar opdrachten voor hen klaar staan. Zo wordt de therapie thuis voortgezet. Blended therapie is vernieuwend en hiermee werken in de praktijk brengt uitdagingen met zich mee voor zowel patiënt als zorgverlener. De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van blended cognitieve gedragstherapie op het verminderen van angst voor terugkeer van kanker en op het verminderen van distress van patiënten met kanker. De eerste resultaten van deze therapie zijn veelbelovend.

Leerdoelen: 
- Aanreiken van kennis over blended therapie, als een van de behandelmogelijkheden in een model van matched supportive
  care voor patiënten met kanker.
- Zicht krijgen op de uitdagingen en valkuilen voor patiënten en professionals.
- Met elkaar verkennen van toepassingsmogelijkheden in de eigen dagelijkse praktijk.

Positionering, relatieonderhoud en organisatorische aspecten binnen de medisch-psychologische werksetting


Danny Tak, klinisch psycholoog / psychotherapeut
Angélique Schiffer, klinisch psycholoog / psychotherapeut

De klinisch psycholoog in de medisch-psychologische werksetting is niet alleen specialist op het vlak van psychotherapeutische behandeling en diagnostiek, tevens dient hij/zij zich te verhouden tot vraagstukken op het vlak van positionering en relatieonderhoud, zowel binnen als buiten de eigen organisatie waarbinnen hij werkzaam is. In deze workshop wordt op interactieve wijze aandacht besteed aan deze aspecten van het vak.

Leerdoelen:
- Interesse en nieuwsgierigheid creëren bij de deelnemers op het vlak van positionering en relatieonderhoud binnen de
  eigen organisatie waarin hij/zij werkzaam is.
- Deelnemers hebben na het volgen van de workshop een idee hoe zij dergelijke vraagstukken kunnen analyseren en oplossen.


Tinnitus


Marian RikkertGZ-psycholoog
Nynke Rauwerdaklinisch psycholoog

Tinnitus (oorsuizen) komt voor bij ca. 15% van de westerse bevolking en is een ernstig invaliderende aandoening, die o.m. stemmingsproblemen, slaapstoornissen en werkverzuim kan veroorzaken. De verwachting is dat zowel door de toename van gehoorbeschadigingen bij jeugdigen door geluidsoverlast als door de vergrijzing de prevalentie van tinnitus in de komende jaren in alle leeftijdscategorieën zal toenemen. Er zijn nog geen medische behandelingen die tinnitus kunnen genezen. Men moet er ‘mee leren leven’, wat voor veel patiënten een zware opgave is. Patiënten kunnen profiteren van een psychologische behandeling om de impact van de klachten op het dagelijks leven te verminderen.

Tinnitus wordt vastgesteld door KNO-artsen, maar wordt comorbide ook gezien bij neurologische diagnoses. Medische psychologie wordt expliciet in de richtlijn genoemd als doorverwijsmogelijkheid, waardoor psychologen op deze afdelingen bij uitstek in de positie zijn om deze patiëntengroep te behandelen. In deze workshop worden hiervoor handvatten geven.

In de Richtlijn Tinnitus, die in oktober 2016 gepresenteerd is, wordt (stepped care) cognitieve gedragstherapie geadviseerd als psychologische behandelmethode. Momenteel wordt in een multicentre study onderzocht of EMDR bij tinnitus dezelfde positieve resultaten geeft. Eind 2017 worden hiervan de resultaten verwacht.

Leerdoelen:
- Vergroten van algemene kennis over tinnitus en de huidige theorieën over oorzakelijke, instandhoudende en versterkende
   factoren.
- Vergroten van kennis over huidige psychologische behandelmogelijkheden (CGT) bij tinnitus.
- EMDR bij tinnitus, een nieuwe mogelijkheid?

 

Angst na hersenletsel

Eric van Balen, medisch leider, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog

In tegenstelling tot wat in de literatuur wordt vermeld is angst na hersenletsel zelden gegeneraliseerd, maar desondanks een Hydra. Juist de klinische (neuro)psychologie heeft hier veel voor te bieden. De workshop gaat in op de diagnostiek en behandeling aan de hand van praktijkvoorbeelden uit de ziekenhuissetting en het revalidatiecentrum. Daarbij wordt het accent gelegd op inventarisatie en conceptualisatie met behulp van de International Classification of Functioning (ICF) tegen de achtergrond van de grote existentiële thema’s. Diverse behandelvormen zullen de revue passeren, waaronder cognitief gedragstherapeutische.

Leerdoelen:
(Beter) in staat angst bij neuropsychologische casuïstiek te herkennen en te conceptualiseren tbv van behandeling.
Dit mbv het ICF-model, en met kennis van beperkingen van de reguliere DSM-classificatie bij breingerelateerde aandoening.


De impact van niertransplantatie en nierdonatie op het psychosociaal welzijn van ontvangers en donoren

Nienke Maas-van Schaaijk, klinisch psycholoog
Lieke Wirken, onderzoeker

De nieren zijn een belangrijk orgaan in ons lichaam. Ze zorgen onder andere voor het verwijderen van afvalstoffen, het reguleren van de vochtbalans en het produceren van hormonen. Wanneer de functie van de nieren sterk is afgenomen, moet nierfunctie-vervangende therapie worden gestart. Dit kan in de vorm van hemodialyse, peritoneaal dialyse en 
niertransplantatie; intensieve behandelingen met een grote psychosociale impact voor de patiënt en zijn omgeving. Op dit moment is niertransplantatie de behandeling van voorkeur voor patiënten met chronisch nierfalen, omdat zowelde levensverwachting als de kwaliteit van leven beter is na een transplantatie dan tijdens dialysebehandeling. Omdat het aantal beschikbare nieren van postmortale donoren onvoldoende is, wordt momenteel ongeveer 50% van de niertransplantaties in Nederland uitgevoerd met nieren van levende donoren. Hierbij staan veelal ouders, partners of naasten een nier af. Uit de literatuur blijkt dat na niertransplantatie specifieke psychosociale problemen kunnen(blijven) bestaan. Hierbij valt te denken aan verminderde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven, depressieve symptomen, maar ook neuropsychologische problemen. Door de toename van het aantal levende donor niertransplantaties, krijgt onderzoek bij nierdonoren tevens een belangrijke rol. Hieruit blijkt dat de meerderheid van de donoren op de langere termijn een gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven heeft die vergelijkbaar is met de gezonde populatie, maar dat een subgroep van donoren een verminderd functioneren ervaart tijdens of na de nierdonatieprocedure, waaronder symptomen van angst, depressie en aanhoudende vermoeidheid. Richtlijnen voor de screening van psychosociale problemen bij getransplanteerden en donoren ontbreken. Voorstellen worden gedaan. Bovendien zullen internet-interventies die in ontwikkeling zijn (Mijnkinderniernet en een ehealth cognitief-gedragstherapeutische interventie voor donoren) gedemonstreerd worden.

Leerdoelen:
Een niertransplantatie is de meest voorkomende orgaantransplantatie. Er wordt getracht kinderen en volwassenen in een zo vroeg mogelijk stadium te transplanteren wat de overlevingskansen, levensduur en kwaliteit van leven van patiënten in de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd heeft. Bovendien wordt er steeds meer gebruik gemaakt van levende donatie, bij een gebrek aan voldoende postmortale donornieren. Dit betekent dat (klinisch) psychologen in de ziekenhuizen deze doelgroep (getransplanteerden en donoren) in de toekomst meer zullen gaan zien. Leerdoel van de workshop is dat de deelnemers na afloop op de hoogte zijn van mogelijke psychosociale problemen bij zowel getransplanteerden als donoren. Bovendien hebben zij kennis genomen van een ehealth toepassingen: een interventiemethode voor donoren en Mijnkinderniernet.


Seksuologie, What Else!

Gidia Jacobs, gezondheidszorgpsycholoog
Els Driessenklinisch psycholoog / psychotherapeut 

Sommige ziekenhuizen hebben een seksuoloog in dienst. De meerderheid van de ziekenhuizen heeft dat niet. Deze workshop focust erop hoe de medisch psycholoog seksuologische diagnostiek en behandeling kan integreren in de bestaande medisch-psychologische behandeling.

Leerdoelen:
- Opfrissen en aanvullen van (medisch-)seksuologische kennis.
- Oefenen van diagnostiek en behandeling adhv een rollenspel.

 

“Zegt ú het maar…!” – Emotie, cognitie en impact-messages van patiënt en arts bij ‘gedeelde’ besluitvorming

Chiquit van Linden van den Heuvell, klinisch psycholoog
Grieteke Pool, universitair docent/klinisch psycholoog/psychotherapeut


Gedeelde besluitvorming, of ‘shared decision making’ is een onderwerp dat in vakliteratuur veel aandacht krijgt. Een patiëntengroep die in onderzoek onderbelicht is gebleven is die met hoofd-hals oncologie. Dit terwijl deze aandoening met zich meebrengt dat enerzijds de behandeling extreem mutilerend kan zijn en anderzijds  de 5-jaars overleving slechts 50% is. Doelstelling van deze workshop is de aard van besluitvorming onder de aandacht te nemen: wanneer kunnen we werkelijk spreken van ‘shared decision making’? Welke factoren spelen daarin zoal een rol? We exploreren de rol van impact messages tussen arts en patiënt, aan de hand van beeldmateriaal. Bovendien bespreken we welke rol een klinisch psycholoog al dan niet zou kunnen spelen in het proces van medische besluitvorming. Zeker waar het multidisciplinaire casus zijn, die zowel medisch technisch als emotioneel complex zijn.

Leerdoelen:
- Het onderkennen van impact messages in arts-patiënt communicatie bij medische besluitvorming, aan de hand van
   beeldmateriaal.
- Exploreren van mogelijke taken vanuit het beroepsprofiel van de KP met betrekking tot medische besluitvorming,
   middels gespreksopdrachten.


De Toolkit voor intervisie met interventies voor (medische) professionals

Marike Lub-Moss, klinisch psycholoog / psychotherapeut
Geke Blok, manager leerhuis / hoofd medische opleidingen en wetenschap

Bij de opleiding van artsen, verpleegkundigen en andere medische professionals wordt gebruik gemaakt van het competentiegericht onderwijs. Onderzoek en de klinische praktijk wijzen uit dat intervisie waardevol is om zaken uit te wisselen en te delen met collega's om de kwaliteit van het werk op inhoudelijk en persoonlijk vlak te verbeteren.

Intervisie blijkt extra waardevol in combinatie met interventies en achtergrondinformatie vanuit de psychologie. Vanuit deze achtergrond is de Toolkit ontwikkeld waar een begeleider/ psycholoog gebruik van kan maken. De Toolkit bestaat uit 8 modules met als onderwerpen: Samenwerken; Organisatie van het werk Communicatie; Professioneel gedrag;
Maatschappelijk handelen; Omgaan met de angst voor en gevolgen van (eigen) medische fouten en klachten; Moeilijke patiënten/lastige gesprekken; Omgaan met lijden en overlijden.

In de workshops kunnen de deelnemers zelf (inter) actief aan de slag gaan met de modules onder leiding van de twee psychologen /auteurs van de Toolkit. Psychologen in de medische setting hebben met veel overeenkomstige onderwerpen en vraagstukken te maken als artsen en verpleegkundigen. Door deel te nemen aan dit programma kan de kwaliteit van ons eigen professioneel handelen verhoogd worden. Door zelf als trainer/begeleider aan de slag te gaan met groepen medische professionals wordt de positie in het ziekenhuis van onze beroepsgroep versterkt en kan onze kennis en kunde overgedragen worden.

Leerdoelen:
- Inzicht krijgen in achtergronden van professioneel gedrag, groepsprocessen en het werken met competentiegericht opleiden.
- Vaardigheden aanleren om intervisie met interventies te begeleiden. Stilstaan bij het eigen professioneel gedrag en profilering.